Actuele berichten

Ensink Kalfsvleesch: ‘Ga je mee met de tijd, dan is er altijd toekomst’

In de rubriek Boeren met Passie werp ik een blik achter de schermen bij agrarische bedrijven in de gemeente Dinkelland. Dit keer bezoek ik Ensink Kalfsvleesch aan de Vollenhoekweg 16 in Tilligte. Het vlees van de rosékalveren is te koop in de winkel op het erf waar in de zomer ook ijs en fris wordt verkocht.

TILLIGTE

Aan het woord: Ria (64), Jan (65), Patrick (35) en Nadien (35) Ensink
Plaats: Tilligte
Maatschap: Maatschap Ensink/Ensink Kalfsvleesch
Type bedrijf: akkerbouw en rosé-kalverhouderij

Maar liefst vier mensen aan de interviewtafel. Hoe is de taakverdeling?

Patrick: “Mijn ouders zijn fulltime werkzaam in de maatschap. Ik heb een fulltimebaan als QEHS-engineer bij een chemiebedrijf en ben mede-eigenaar van de boerderij. QEHS staat voor quality, environment, health and safety. Veiligheid en milieu dus, ook zeer belangrijk op boerderijen. Nadien is apotheker.”

Wat maakt jullie bedrijf bijzonder?

Jan: “Maatschap Ensink is akkerbouw in dienst van een kalverhouderij. In deze regio zijn niet veel kalverhouders. We verkopen ons vlees bovendien zelf. Onze kalveren zijn geen eigendom van een voerleverancier of slachterij, zoals vaak het geval is.”
Patrick: “De kalveren eten alleen eigen gewassen, geteeld op eigen land. Daarvoor verbouwen we graan, mais, gras en sinds een paar jaar miscanthus, oftewel olifantsgras. Ik zag het pas nog in het tuincentrum: drie stengels miscanthus voor 8 euro. Mooi cellofaantje erom. Maar hier staat het op het land, als een soort riet dat veel verschillende toepassingen kent.”

Wat is olifantsgras precies?

Patrick: “Miscanthus is een vaste plant die zo’n 20 tot 25 jaar op de plek blijft staan. Het wordt afgemaaid in het vroege voorjaar, daarna groeit het weer op. Het staat nu op het land als een zee van gelige planten. Alsof je in de Weerribben in de rietkragen kijkt. Miscanthus is verrassend goed voor de wildstand trouwens.”

Hoe veelzijdig is miscanthus?

Patrick: “Het is bruikbaar als strooisel in stallen, als bodembedekking tegen onkruid, als veevoer en als brandstof. We gebruiken het voor onze eigen kachel.
De plant haalt gedurende het hele jaar nutriënten uit de bodem en lucht en vangt vier keer meer CO2 uit de lucht dan bos. Er komt steeds meer vraag naar, onder andere van kwekers als vervanger voor turf. Je kunt er ook alles van maken wat van hout wordt gemaakt en het wordt gebruikt voor biobased bouwmateriaal.
Mogelijkheden genoeg, maar de wet- en regelgeving loopt nog een beetje achter. Alle materialen moeten CE-gekeurd zijn en dat is nog niet zover. Zo gezien is het echt pionieren met dit gewas.
Er komen voortdurend geïnteresseerden bij ons op bezoek die informatie willen over miscanthus en we gaan naar bijeenkomst om kennis over miscanthus te delen.”

Hoe is het bedrijf in de loop der jaren veranderd?

Ria: “Het was oorspronkelijk een traditioneel gemengd bedrijf met kippen, varkens, koeien, trekpaarden en graan- en aardappelteelt. Knollen zelfs. Er staan nu heel andere gewassen op het land. Onze kalveren eten een mengsel eigen teelt aangevuld met mineralen. Dat is het krachtvoer, allemaal zelf verbouwd.”
Patrick: “Men heeft het vaak over kringlooplandbouw als doel, maar eigenlijk wordt dat door veel boeren al gedaan. Als je als boer je kringloop niet sluit, put je op een gegeven moment de grond uit.”

Hoe bekend is men met kalfsvlees?

Patrick: “Het ligt niet standaard in de supermarkt en bij de slager moet je er om vragen. In zuidelijke landen wordt het volop gegeten; in Frankrijk, Italië en Oostenrijk staat het overal op het menu. Groot gelijk, het is zo smaakvol. Wie lust er nou geen echte Wiener schnitzel?”
Ria: “Gelukkig kunnen ze kalfsvlees hier ook kopen, gewoon in ons winkeltje op het erf in Tilligte. Er komen klanten uit de hele regio speciaal naar ons toe, veel Duitsers ook. In de horeca wordt het wel veel geserveerd trouwens.”

Als jullie voorouders dit bedrijf nu zouden bekijken, zouden ze het dan nog herkennen?

Jan: “Twee schuren zouden ze nog herkennen en de houtwallen zeker ook. Maar er is een hoop veranderd in vergelijking met de tijd dat mijn moeder hier werd geboren. Wij hebben de boerderij overgenomen van een ongetrouwde oom. Het heette vroeger erve Ribbert. Ik denk dat oom Jan het heel mooi zou vinden zoals we het nu doen.”
Patrick: “Mooi om te bedenken dat hier zoveel historie ligt. Dit is waarschijnlijk al sinds 1750 een boerenerf. Dat is voordat Nederland een land werd; Napoleon moest nog komen. De boeren die hier hebben gewerkt, hebben altijd moeten mee veranderen en meebewegen met de tijd. Vooruitkijken. Zolang je dat blijft doen, komt er altijd raad.”

Ben je boer of ondernemer?

Patrick: “Allebei. Dat moet je wel zijn, anders kan het niet. Als je niet onderneemt, dan ben je snel geen boer meer. Dan sta je stil en ga je achteruit.
Boer zijn moet je in de genen zitten. En je moet ook een beetje gek zijn: eigenlijk sta je 7 dagen per week, 24 uur per dag klaar en lang niet altijd voor een winst.”

Of zijn jullie landschapsbeheerders?

Ria: “Dat sowieso. We hebben meer dan een hectare aan bloemenranden aan de akkers. Dat is vrijwillig en het geeft zo’n mooi effect. We zien mensen steeds bloemen plukken. Dat doen ze stiekem, maar we vinden het niet zo erg. Onze bloemen staan regelmatig op Instagram; ze worden vaak gefotografeerd.”
Patrick: “Agrarisch natuurbeheer doen we ook, met weidevogelbeheer en kruidenrijke graslanden. Dat betekent dat we soms een jaar niet maaien, of heel laat, of in gedeeltes. Een jaar biologisch beheren, niet spuiten. En stalmest opbrengen in plaats van injecteren.”

Zijn jullie trots om de traditie voort te zetten?

Patrick: “Zeker. Maar we voelen de verantwoordelijkheid ook. Boeren doe je niet zomaar; dat doe je in goede én slechte tijden. Je wilt niet diegene zijn die een eeuwenoud familiebedrijf laat ploffen.”

Hoe vaak staan jullie op de barricaden?

Ria: “We hebben een trekker in de wei gehad met een omgekeerde vlag en een spandoek. Daarop stond een uitspraak die oom Jan altijd deed. ‘Ze pesten de boeren net zolang totdat de wolf terugkomt en de laatste boer opeet’. Bedenk wel: hij zei dat in de jaren ’70 en toen was er geen sprake van wolven. Zijn metafoor klopt sowieso, maar het is bijna letterlijk.”

Heb je ooit een beroepskeuzetest gedaan?

Patrick: “Ja. Ik moest de natuur in en ik had interesse in milieu, kwam daaruit. Ik heb toen echt een andere studiekeuze gemaakt en ik kwam terecht bij milieukunde. De milieuactivisten in die groep waren talrijk, maar de kennis over het milieu was beperkt. Dat leer je namelijk niet uit een boekje, maar van kinds af aan, buiten in het gras, tussen de planten en dieren, met de jagers mee.”

Hoe ziet het erf er over 10 jaar uit?

Nadien: “Dan staat er een elk geval een huis bij. Het is bijna in aanbouw. De kachel staat er dan ook nog, die brandt dan nog steeds op miscanthus.”
Patrick: “De kalveren zullen er nog zijn. Wellicht dat er dan een erfwindmolen staat. Of wie weet zijn er tegen die tijd wel heel andere mogelijkheden.
Ik hoop trouwens echt er geen grote windmolens in deze buurt komen. Op mijn werk in Deventer zie ik elke paar seconden zo’n grote wiek langskomen. Die slagschaduw is vreselijk.”

En hoe ziet het erf er over 50 jaar uit?

Patrick: “Ik denk dat er betrekkelijk weinig verandert. De natuur blijft de natuur en de boer werkt met de natuur. Als je kijkt naar de hele kringloop van land naar voedsel, blijft er – in welke vorm dan ook – toch enige vorm van dierhouderij in combinatie met akkerbouw bestaan.
Ik denk wel dat over 50 jaar nagenoeg iedere boer een biologische boer is. Dat is de stip aan de horizon maar dan moeten we wel nu al gaan beginnen met het proces daarnaartoe. Maar dan moet Europa de markt nu natuurlijk niet gaan open zetten voor gemodificeerd materiaal uit Zuid-Amerika en andere landen.
Ik heb nog niet het idee dat men weet wat men wil met de landbouw. In de tussentijd doen wij ons ding: zaaien, oogsten en een mooi stukje vlees verkopen in onze boerderijwinkel.”