Actuele berichten

Melkveehouder Luttikhuis op barricaden via geschreven woord

In de rubriek Boeren met Passie werpen we een blik achter de schermen bij agrarische bedrijven in de gemeente Tubbergen. Dit keer bezoeken we de melkveehouderij van de familie Luttikhuis in Fleringen.

Fleringen

Aan het woord: Walter (54), Christel (53) en Kees Luttikhuis (21)
Plaats: Fleringen
Maatschap: maatschap melkveebedrijf Luttikhuis – erve Siezen
Type bedrijf: melkveebedrijf

Vertel over jullie bedrijf. Hoe is de taakverdeling?

Kees: “Mijn vader is fulltime boer, ik ben parttime boer en mijn moeder is een beetje boer. Ik ben naast boer ook nog docent melkveehouderij aan het zone.college in Almelo. Daarnaast volg ik een training MKM aan het Dairy Training Centre, gericht op bedrijfsovernames. Want het is de bedoeling dat ik de boerderij overneem.”

Christel, hoe kun je een ‘beetje boer’ zijn?

Christel: “Ik ben fulltime locatieleider op basisschool de Esch in Oldenzaal en daarnaast fractievoorzitter van het CDA Tubbergen. Ik ben vooral op de achtergrond actief en bij grote beslissingen, want verder heb ik niet zoveel tijd over. Het is een druk bestaan, maar ik vind het leuk om me breed in te zetten op meerdere vlakken en maatschappelijk bezig te zijn.”

Wat maakt jullie bedrijf bijzonder?

Kees: “Wij boeren niet biologisch maar logisch. Dat zit tussen gangbaar en biologisch in. Niet het keurmerk, wel de visie.”
Walter: “We proberen van alles het beste mee te pakken. We houden niet van chemische gewasbescherming, maar het is soms wel nodig. Hetzelfde geldt voor kunstmest: we gebruiken het zo min mogelijk.”

Jullie koeien zijn ook bijzonder?

Walter: “We kruisen koeienrassen: de Holsteinkoeien worden ingekruist met Jersey en Brown Swiss. Zo creëren we een duurzame koe die past bij onze bedrijfsvoering met vooral ruwvoer en vers gras. Het resultaat is een kleinere koe die efficiënt met voer omgaat en minder mest produceert, maar ook iets minder melk. Daar staat tegenover dat de melk meer eiwit en meer vet bevat.”

Kees: “We fokken ook koeien op het A2A2-gen. Melk van koeien met dat gen is gemakkelijker verteerbaar; het wordt ook wel oermelk genoemd. De melk is een oplossing voor mensen die zuivel niet goed verdragen. Het zou bijvoorbeeld een oplossing zijn voor China, waar koemelk minder goed verdragen wordt. We zijn nu 5 jaar bezig met het fokken op het A2A2-gen en we hebben nog een jaar of 10 nodig voor de hele melkveestapel het gen draagt.”

Hoe is het bedrijf in de loop der jaren veranderd?

Walter: “Mijn familie komt uit Tubbergen. Mijn ouders zijn in 1977 weggekocht voor de dorpsuitbreiding en hiernaartoe verhuisd, de boerderij van de familie Oude Lenferink, oftewel ’t Herbert. Mijn familie had in eerste instantie een melkveebedrijf met koeien, varkens en kippen. Toen ik in het bedrijf kwam in 1989 is het naar enkel melkvee veranderd.”

Zouden jullie voorgangers het bedrijf nog herkennen?

Christel: “Er is hier veel veranderd maar het huis hebben we in oude staat teruggebracht. Daar hadden we de fotoboeken van Truus Oude Leferink voor nodig. Zij heeft nadat wij de boerderij overnamen nog jaren naast ons gewoond. Ze is 2 jaar geleden overleden; ze was 93. Truus had een moderne smaak en alles behoorlijk strak gemaakt maar wij houden van de oude stijl. We zijn op zoek gegaan naar oorspronkelijke elementen. Die hebben we naar deze tijd vertaald en aangevuld met kitsch, voor humor in het interieur. Eigenlijk is het huis nu historischer dan toen we er in trokken.”

Walter: “Als eerbetoon aan Truus staan twee stoelen in de woonkamer, die heeft zij bij haar huwelijk gekregen en die staan hier sindsdien. En haar kruisbeeld, dat was grappig. Ze heeft het een dag in haar nieuwe huis gehad en toen kwam ze hem terugbrengen. ‘Die hoort hier,’ zei ze. Hij hangt nog steeds aan dezelfde spijker.”

Hoe komen jullie aan de bijnaam Siezen?

Walter: “Mijn overgrootvader was postbode en er wordt gezegd dat hij kon fluiten als een sijsje, ’n sieske. Dat werd dus ’n Siezen. Maar of het waar is?”

Zijn jullie trots om de traditie voort te zetten?

Kees: “Ja. Anders zou ik het bedrijf niet overnemen. Ik heb passie voor het vak, hoewel ik het meer een levenswijze dan een beroep vind. Als je als boer je uren uitbetaald wil krijgen, wordt het onbetaalbaar. Dat kan niet. Maar ik ben hier opgegroeid. Als je van kleins af aan in die rol komt, gaat het overnemen eigenlijk automatisch. Bovendien doe je een familiebedrijf niet zomaar van de hand.”

Walter: “We hebben je wel vaak genoeg gezegd dat je ook naar andere beroepen moest kijken. Dat deed je ook wel, maar je kwam toch steeds weer terug op de boerderij.”

Christel: “We wilden dat je je wat breder ging oriënteren. We zijn inmiddels een stuk positiever over de toekomst, maar toen was het allemaal erg onzeker. De melkprijs op z’n allerlaagst en de banken wilden niets. Dat was toen de reden om fulltime te werken. Hoe hard we ook werkten, het werd er niet beter van. Je moest van ons op stage buiten de melkveehouderij. Maar of we je nou op stage stuurden of niet, het had geen zin.”

Kees: “Nee, ik kwam steeds weer terug bij de koeien. Als je ergens passie voor hebt, kun je ver komen, denk ik. En dat heb ik.”

Hoe vaak staan jullie op de barricaden?

Walter: “Dagelijks. Online welteverstaan. Ik pik dingen op in de media en op sociale media en daar geef ik dan tegengas op, maar dan wel middels het geschreven woord. Ik schrijf wat krom, dat weet ik. Dyslexie zit in de familie en als ik er kritiek op krijg, is dat terecht maar dat vind ik niet belangrijk. Als de essentie maar duidelijk is, als ik mijn punt kan maken en ze me begrijpen. Als ik maar de connectie tussen burger en boer kan maken.
Met mijn buurman Jeroen Mollink, ook melkveehouder, vorm ik ook nog het duo Buurman & Buurman.”

Verwennen jullie je vee?

Kees: “Natuurlijk. Ze hebben de beschikking over greenbedding en massageborstels, ze zijn veel buiten en er is een zwangerschapsverblijf. Bovendien leveren we aan de duurzame melkstroom Tuurlijk van DOC, wat minder antibiotica, eigen ligplekken, kruidenrijk grasland, bloemenstroken en insectenhotels betekent. En belangrijk: hier geen genetisch gemodificeerd krachtvoer. Geen soja uit Braziliaanse bossen dus, maar alles van Europese bodem.”

Hoe ziet jullie erf er over 10 jaar uit?

Christel: “Dat is een goede vroeg. Hoeveel van onze vier kinderen zouden hier dan nog wonen? Misschien is er dan de nevenactiviteit yoghurt maken met ’t Hoepel uit Mander wel uitgebreid, of iets met onderwijs. Dat zie ik nog wel gebeuren.”

Walter: “En de kruislingen zijn dan klaar, dan dragen al onze koeien het A2-A2-gen.”

Jullie zijn goed op elkaar ingespeeld. Wat is het geheim van een harmonieus leven op de boerderij?

Kees: “Dat mijn moeder als mediator optreedt tussen mijn vader en mij, haha.”

Christel: “Ik was goed voorbereid. Toen ik Walter ontmoette, zei hij: je kunt wel verkering met me hebben, maar de koeien gaan altijd voor.”

Walter: “Daarmee zeg ik niet dat ik niet gek van haar ben, maar bij een boer moet het bedrijf nou eenmaal altijd op de eerste plaats staan. Ik kan niet zeggen: ik melk de koe niet want mijn vrouw heeft de griep.”

Christel: “Dat vind ik niet erg hoor. Het gaf mij de vrijheid om mijn passie het onderwijs te blijven uitoefenen. Je moet samen voor de boerderij gaan en daar moet ieder zijn eigen pad in vinden. En het bedrijf is altijd de verbinding.”